Personeelslog

Ambtenaren stellen bezuinigingen voor op WW en ontslagstelsel

De duur van de WW-uitkering kan teruggebracht worden tot één jaar. En de ontslagvergoedingen kunnen beperkt worden tot één jaarsalaris en 75.000 euro. Als een nieuw kabinet méér wil bezuinigen, kan het hele ontslagstelsel op de schop. Op verzoek van het kabinet hebben ambtelijke werkgroepen een uitgebreid menu met bezuinigingen bedacht. In de publiciteit is veel discussie over de hypotheekrente-aftrek en de kosten van de gezondheidszorg. Minder aandacht krijgen de bezuinigingen op de WW en het ontslagstelsel die één van de werkgroepen heeft voorgesteld. Komende kabinetten zullen fors moeten bezuinigen. Dit is niet alleen nodig om de gevolgen van de economische crisis op te vangen, maar ook om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Werkloosheid Gisteren heeft het kabinet de rapporten openbaar gemaakt van 20 ambtelijke werkgroepen die zogenaamde heroverwegingen hebben onderzocht. Eén van de werkgroepen had tot taak bezuinigingen te bedenken rondom het thema werkloosheid. Deze werkgroep met topambtenaren wilde niet alleen geld besparen, maar ook de arbeidsmarkt beter laten functioneren. Vier problemen van de arbeidsmarkt Volgens de ambtenaren functioneert de arbeidsmarkt in veel opzichten goed, maar tegelijkertijd zien zij vier problemen: de arbeidsmarkt voor ouderen functioneert niet goed: "oudere werknemers bevinden zich in een 'gouden kooi'" de uitstroom uit de WW naar werk is na een jaar zeer beperkt het ontslagstelsel is weinig transparant, kostbaar, leidt tot rechtsongelijkheid en draagt niet bij aan participatie er is een groot verschil in rechtspositie tussen werknemers zonder en met vast arbeidscontract. Dit belemmert de doorstroom op de arbeidsmarkt. Vier varianten om te bezuinigen De ambtenaren hebben vier varianten bedacht om te bezuinigen op de werkloosheidsuitkeringen en het ontslagstelsel. 1. Basisvariant: WW duurt 1 jaar Om WW-ers te stimuleren om zo snel mogelijk een passende baan te accepteren, wordt de duur van de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximaal één jaar. Daarna is er een vervolguitkering op sociaal minimumniveau zonder partner- en vermogenstoets die maximaal een half jaar duurt. Dat is een forse verandering. In de huidige situatie heeft een werknemer veel langer recht op een loongerichte WW-uitkering (maximaal 3 jaar en 2 maanden). Ontslagvergoedingen worden gemaximeerd op één jaarsalaris en 75.000 euro. Om de inzetbaarheid van werknemers te vergroten, stelt de werkgroep twee extra maatregelen voor: loonverzekering en een individueel trekkingsrecht voor scholing. De loonverzekering zorgt ervoor dat werklozen die een baan accepteren onder hun oude loonniveau een jaar lang een loonaanvulling krijgen. Hiermee wil de werkgroep voorkomen dat mensen langdurig werkloos worden. Het trekkingsrecht voor scholing is bedoeld om ontslagen werknemers te scholen voor een nieuwe baan. Variant 2: WW duurt 1 jaar + nieuw ontslagstelsel De tweede variant bouwt voort op de basisvariant. Maar daar bovenop wordt het ontslagstelsel fundamenteel herzien en moeten werkgevers de kosten betalen voor de eerste periode van de WW. Er komt één wettelijk vastgelegde ontslagprocedure voor werknemers die een vast arbeidscontract hebben. Zij krijgen een ontslagvergoeding van een kwart maandsalaris per dienstjaar (met een maximum van 6 maandsalarissen). De preventieve ontslagtoets verdwijnt, evenals de route via de kantonrechter. Werkgevers gaan de eerste 6 maanden van de WW betalen. Zij kunnen dit betalen om zij minder ontslagkosten hebben. Op deze manier krijgen werkgevers belang bij het voorkomen van werkloosheid en het begeleiden van de werknemer naar nieuw werk. Variant 3: WW duurt 1 jaar + nieuw ontslagstelsel + afschaffing ontslagvergoeding + spaar-WW De derde variant bouwt voort op de tweede. Er is een nieuw ontslagstelsel en werkgevers betalen de eerste 6 maanden van de WW. De ontslagen werknemer krijgt echter géén ontslagvergoeding. Verder moet de werkloze na 6 maanden een spaartegoed aanspreken (spaar-WW). Werknemers worden verplicht te sparen voor een werkloosheidsuitkering. Per jaar sparen zij een kwart maandsalaris. Na 24 jaar is het spaartegoed genoeg voor maximaal 6 maanden uitkering. Deze spaar-WW gebruiken zij als na 6 maanden de werkgever stopt met het betalen van de WW-uitkering. Op deze manier is de werkloze "in totaal maximaal 1 jaar van inkomen verzekerd, voordat een eventuel beroep op bijstand kan worden gedaan. Als het spaartegoed onvoldoende is, kan er worden geleend." Variant 4: WW duurt 1 jaar + ander ontslagstelsel + opzegtermijn van 9 maanden De vierde variant is minder nadelig voor de werknemer dan de derde variant en legt meer verantwoordelijkheid bij de werkgever om werkloosheid te voorkomen. In deze variant wordt het ontslagstelsel vernieuwd. De criteria voor ontslag worden versoepeld. Het geld dat werkgevers nu aan ontslagvergoedingen besteden, wordt omgezet in een verlenging van de opzegtermijn (maximaal 9 maanden). Tijdens de opzegtermijn blijven werknemers in dienst. Hierdoor stromen minder mensen in de WW. Overigens geldt de verlengde opzegtermijn niet als de financiële positie van het bedrijf dit niet toelaat. Gouden kooi Opvallend aan de varianten is dat de werkgroep als het om oudere werknemers gaat, al haar kaarten zet op het bevrijden van deze werknemers uit "de gouden kooi". Door hun rechten te beperken, stimuleert zij hen om snel ander werk te aanvaarden. De ambtelijke werkgroep heeft geen maatregelen in petto die werkgevers moeten stimuleren om ouderen in dienst te nemen of te houden. Keuze is aan de politiek Met de varianten geeft de ambtelijke werkgroep een overzicht van mogelijke bezuinigingen op de WW en het ontslagstelsel. Maar het is straks aan de politiek om te kiezen. Met de ambtelijke voorstellen staan de verkorting van de WW-duur en de hervorming van het ontslagrecht weer op de politieke agenda. Het beloven weer spannende tijden te worden in Den Haag. Meer informatie Het complete rapport van de ambtelijke werkgroep werkloosheid. Ook via Twitter kun je Personeelslog volgen: Twitter.com/Personeelslog.

De duur van de WW-uitkering kan teruggebracht worden tot één jaar. En de ontslagvergoedingen kunnen beperkt worden tot één jaarsalaris en 75.000 euro. Als een nieuw kabinet méér wil bezuinigen, kan het hele ontslagstelsel op de schop.

Op verzoek van het kabinet hebben ambtelijke werkgroepen een uitgebreid menu met bezuinigingen bedacht. In de publiciteit is veel discussie over de hypotheekrente-aftrek en de kosten van de gezondheidszorg. Minder aandacht krijgen de bezuinigingen op de WW en het ontslagstelsel die één van de werkgroepen heeft voorgesteld.

Komende kabinetten zullen fors moeten bezuinigen. Dit is niet alleen nodig om de gevolgen van de economische crisis op te vangen, maar ook om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Werkloosheid
Gisteren heeft het kabinet de rapporten openbaar gemaakt van 20 ambtelijke werkgroepen die zogenaamde heroverwegingen hebben onderzocht.
Eén van de werkgroepen had tot taak bezuinigingen te bedenken rondom het thema werkloosheid. Deze werkgroep met topambtenaren wilde niet alleen geld besparen, maar ook de arbeidsmarkt beter laten functioneren.

Vier problemen van de arbeidsmarkt
Volgens de ambtenaren functioneert de arbeidsmarkt in veel opzichten goed, maar tegelijkertijd zien zij vier problemen:


  • de arbeidsmarkt voor ouderen functioneert niet goed: "oudere werknemers bevinden zich in een 'gouden kooi'"

  • de uitstroom uit de WW naar werk is na een jaar zeer beperkt

  • het ontslagstelsel is weinig transparant, kostbaar, leidt tot rechtsongelijkheid en draagt niet bij aan participatie

  • er is een groot verschil in rechtspositie tussen werknemers zonder en met vast arbeidscontract. Dit belemmert de doorstroom op de arbeidsmarkt.


Vier varianten om te bezuinigen
De ambtenaren hebben vier varianten bedacht om te bezuinigen op de werkloosheidsuitkeringen en het ontslagstelsel.

1. Basisvariant: WW duurt 1 jaar
Om WW-ers te stimuleren om zo snel mogelijk een passende baan te accepteren, wordt de duur van de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximaal één jaar. Daarna is er een vervolguitkering op sociaal minimumniveau zonder partner- en vermogenstoets die maximaal een half jaar duurt.
Dat is een forse verandering. In de huidige situatie heeft een werknemer veel langer recht op een loongerichte WW-uitkering (maximaal 3 jaar en 2 maanden).

Ontslagvergoedingen worden gemaximeerd op één jaarsalaris en 75.000 euro.

Om de inzetbaarheid van werknemers te vergroten, stelt de werkgroep twee extra maatregelen voor: loonverzekering en een individueel trekkingsrecht voor scholing.
De loonverzekering zorgt ervoor dat werklozen die een baan accepteren onder hun oude loonniveau een jaar lang een loonaanvulling krijgen. Hiermee wil de werkgroep voorkomen dat mensen langdurig werkloos worden.
Het trekkingsrecht voor scholing is bedoeld om ontslagen werknemers te scholen voor een nieuwe baan.

Variant 2: WW duurt 1 jaar + nieuw ontslagstelsel
De tweede variant bouwt voort op de basisvariant. Maar daar bovenop wordt het ontslagstelsel fundamenteel herzien en moeten werkgevers de kosten betalen voor de eerste periode van de WW.

Er komt één wettelijk vastgelegde ontslagprocedure voor werknemers die een vast arbeidscontract hebben. Zij krijgen een ontslagvergoeding van een kwart maandsalaris per dienstjaar (met een maximum van 6 maandsalarissen). De preventieve ontslagtoets verdwijnt, evenals de route via de kantonrechter.

Werkgevers gaan de eerste 6 maanden van de WW betalen. Zij kunnen dit betalen om zij minder ontslagkosten hebben. Op deze manier krijgen werkgevers belang bij het voorkomen van werkloosheid en het begeleiden van de werknemer naar nieuw werk.

Variant 3: WW duurt 1 jaar + nieuw ontslagstelsel + afschaffing ontslagvergoeding + spaar-WW
De derde variant bouwt voort op de tweede. Er is een nieuw ontslagstelsel en werkgevers betalen de eerste 6 maanden van de WW. De ontslagen werknemer krijgt echter géén ontslagvergoeding. Verder moet de werkloze na 6 maanden een spaartegoed aanspreken (spaar-WW).

Werknemers worden verplicht te sparen voor een werkloosheidsuitkering. Per jaar sparen zij een kwart maandsalaris. Na 24 jaar is het spaartegoed genoeg voor maximaal 6 maanden uitkering. Deze spaar-WW gebruiken zij als na 6 maanden de werkgever stopt met het betalen van de WW-uitkering.
Op deze manier is de werkloze "in totaal maximaal 1 jaar van inkomen verzekerd, voordat een eventuel beroep op bijstand kan worden gedaan. Als het spaartegoed onvoldoende is, kan er worden geleend."

Variant 4: WW duurt 1 jaar + ander ontslagstelsel + opzegtermijn van 9 maanden
De vierde variant is minder nadelig voor de werknemer dan de derde variant en legt meer verantwoordelijkheid bij de werkgever om werkloosheid te voorkomen.

In deze variant wordt het ontslagstelsel vernieuwd. De criteria voor ontslag worden versoepeld. Het geld dat werkgevers nu aan ontslagvergoedingen besteden, wordt omgezet in een verlenging van de opzegtermijn (maximaal 9 maanden).
Tijdens de opzegtermijn blijven werknemers in dienst. Hierdoor stromen minder mensen in de WW.
Overigens geldt de verlengde opzegtermijn niet als de financiële positie van het bedrijf dit niet toelaat.

Gouden kooi
Opvallend aan de varianten is dat de werkgroep als het om oudere werknemers gaat, al haar kaarten zet op het bevrijden van deze werknemers uit "de gouden kooi". Door hun rechten te beperken, stimuleert zij hen om snel ander werk te aanvaarden. De ambtelijke werkgroep heeft geen maatregelen in petto die werkgevers moeten stimuleren om ouderen in dienst te nemen of te houden.

Keuze is aan de politiek
Met de varianten geeft de ambtelijke werkgroep een overzicht van mogelijke bezuinigingen op de WW en het ontslagstelsel. Maar het is straks aan de politiek om te kiezen.

Met de ambtelijke voorstellen staan de verkorting van de WW-duur en de hervorming van het ontslagrecht weer op de politieke agenda. Het beloven weer spannende tijden te worden in Den Haag.

Meer informatie
Het complete rapport van de ambtelijke werkgroep werkloosheid.

Ook via Twitter kun je Personeelslog volgen: Twitter.com/Personeelslog.