Personeelslog

Loon naar leeftijd ter discussie

Er kan nauwelijks worden gesproken van een arbeidsmarkt voor ouderen. Want de mobiliteit van deze groep is te laag, constateert het Centraal Planbureau in het rapport 'Rethinking Retirement'. Oudere werknemers zitten opgesloten in een gouden kooi. Door aanpassing van regelingen voor vervroegde uitttreding (VUT, prepensioen) en voor sociale zekerheid (WAO,WW) werken steeds meer werknemers langer door. Volgens het CPB-rapport 'Rethinking Retirement' zal in 2020 de arbeidsparticipatie van 55- tot 65-jarigen zijn gestegen tot 60%. Als deze voorspelling uitkomt, zal Nederland behoren tot één van de beter presterende landen in de OESO. Gouden kooi Tegelijkertijd constateert het CPB dat er nauwelijks een arbeidsmarkt is voor ouderen. "Bedrijven zijn terughoudend bij het aannemen van werknemers boven de 55 jaar. De lonen van veel werknemers stijgen met de duur van het dienstverband, en door de strenge ontslagbescherming blijven oudere werknemers in een soort 'gouden kooi' gevangen. In vergelijking met andere landen is de gemiddelde duur van het dienstverband in Nederland hoog, en de baan-naar-baan mobiliteit laag." Te lage productiviteit Volgens het CPB zijn er verdere hervormingen noodzakelijk. Anders bestaat het "risico dat Nederland een land wordt waarin weliswaar tot op hoge leeftijd wordt doorgewerkt, maar waarbij veel mensen niet op de beste plek zitten en een te lage productiviteit hebben". En nu we met z'n allen ouder worden en langer werken, wordt dat een dure aangelegenheid. Loon naar werk Om tot een echte arbeidsmarkt voor ouderen te komen, moet de mobiliteit omhoog en moeten oudere werklozen meer kansen krijgen. "Het kernprobleem is dat loon naar leeftijd wordt betaald in plaats van loon naar werk", aldus het CPB. Het CPB ziet drie soorten oplossingen: de beloning: In Nederland stijgen de lonen teveel met ervaring en leeftijd. In Scandinavische landen waar dit veel minder is, blijken oudere werklozen veel makkelijker weer aan het werk te komen het ontslagrecht en de WW: Hoe langer een werknemer in dienst is bij een werkgever hoe duurder het wordt om hem te ontslaan. En hoe langer het arbeidsverleden is van een werknemer, hoe langer hij recht heeft op een WW-uitkering. Dat maakt werkgevers huiverig om ouderen aan te nemen en stimuleert ouderen niet om van baan te wisselen de inzetbaarheid: zowel werkgevers als werknemers investeren te weinig in de inzetbaarheid op latere leeftijd. Slot forceren Maar wie durft het slot van de gouden kooi te forceren? De discussies over het ontslagrecht hebben duidelijk gemaakt dat vakbonden en de meeste politieke partijen een confrontatie met hun traditionele, oudere achterban niet aandurven. Er is dan ook moed voor nodig om werknemers te vertellen dat zij rechten moeten inleveren en langer moeten werken, terwijl velen nog steeds dromen van een Zwitser Leven-pensioen vóór hun 65ste. Lees ook: Langer doorwerken: leveren ouderen hun geld wel op?

Er kan nauwelijks worden gesproken van een arbeidsmarkt voor ouderen. Want de mobiliteit van deze groep is te laag, constateert het Centraal Planbureau in het rapport 'Rethinking Retirement'.
Oudere werknemers zitten opgesloten in een gouden kooi.

Door aanpassing van regelingen voor vervroegde uitttreding (VUT, prepensioen) en voor sociale zekerheid (WAO,WW) werken steeds meer werknemers langer door. Volgens het CPB-rapport 'Rethinking Retirement' zal in 2020 de arbeidsparticipatie van 55- tot 65-jarigen zijn gestegen tot 60%. Als deze voorspelling uitkomt, zal Nederland behoren tot één van de beter presterende landen in de OESO.

Gouden kooi
Tegelijkertijd constateert het CPB dat er nauwelijks een arbeidsmarkt is voor ouderen. "Bedrijven zijn terughoudend bij het aannemen van werknemers boven de 55 jaar. De lonen van veel werknemers stijgen met de duur van het dienstverband, en door de strenge ontslagbescherming blijven oudere werknemers in een soort 'gouden kooi' gevangen. In vergelijking met andere landen is de gemiddelde duur van het dienstverband in Nederland hoog, en de baan-naar-baan mobiliteit laag."

Te lage productiviteit
Volgens het CPB zijn er verdere hervormingen noodzakelijk. Anders bestaat het "risico dat Nederland een land wordt waarin weliswaar tot op hoge leeftijd wordt doorgewerkt, maar waarbij veel mensen niet op de beste plek zitten en een te lage productiviteit hebben".
En nu we met z'n allen ouder worden en langer werken, wordt dat een dure aangelegenheid.

Loon naar werk
Om tot een echte arbeidsmarkt voor ouderen te komen, moet de mobiliteit omhoog en moeten oudere werklozen meer kansen krijgen. "Het kernprobleem is dat loon naar leeftijd wordt betaald in plaats van loon naar werk", aldus het CPB.

Het CPB ziet drie soorten oplossingen:


  • de beloning: In Nederland stijgen de lonen teveel met ervaring en leeftijd. In Scandinavische landen waar dit veel minder is, blijken oudere werklozen veel makkelijker weer aan het werk te komen

  • het ontslagrecht en de WW: Hoe langer een werknemer in dienst is bij een werkgever hoe duurder het wordt om hem te ontslaan. En hoe langer het arbeidsverleden is van een werknemer, hoe langer hij recht heeft op een WW-uitkering. Dat maakt werkgevers huiverig om ouderen aan te nemen en stimuleert ouderen niet om van baan te wisselen

  • de inzetbaarheid: zowel werkgevers als werknemers investeren te weinig in de inzetbaarheid op latere leeftijd.


Slot forceren
Maar wie durft het slot van de gouden kooi te forceren?

De discussies over het ontslagrecht hebben duidelijk gemaakt dat vakbonden en de meeste politieke partijen een confrontatie met hun traditionele, oudere achterban niet aandurven.
Er is dan ook moed voor nodig om werknemers te vertellen dat zij rechten moeten inleveren en langer moeten werken, terwijl velen nog steeds dromen van een Zwitser Leven-pensioen vóór hun 65ste.

Lees ook:
Langer doorwerken: leveren ouderen hun geld wel op?