Personeelslog

'Niet direct reorganiseren'

Managers besluiten te snel om te reorganiseren. Daarbij lopen ze te vaak achter organisatietrends aan, waarvan de effectiviteit niet wetenschappelijk is bewezen. Dat zegt organisatieadviseur André de Waal van het Center for Organization Performance, die een onderzoek heeft gedaan naar de belangrijkste succesfactoren van wat hij noemt High Performance Organizations. Op basis hiervan prikt De Waal vier managementmythes door. De Waal heeft een analyse gemaakt op basis van meer dan 230 internationale studies tussen 1980 en 2007 en ruim 2.600 internationale enquêtes. In een persbericht ontzenuwt hij vier managementmythes. Autonomie: Grotere zelfstandigheid van medewerkers leidt niet ‘automatisch’ tot betere prestaties: "Te veel vrijheid voor werknemers kan leiden tot een slechte interne organisatie en tot onduidelijkheden. Uiteindelijk kan het zelfs leiden tot grote schade, zeker als er een zekere mate van centrale coördinatie en regie ontbreekt. Management moet het spelveld aangeven waarbinnen de medewerkers autonoom kunnen opereren maar waar ze niet buiten mogen komen, op straffe van bijvoorbeeld ontslag." Strategie: "De strategie van een organisatie blijkt geen onderscheidende factor te zijn om het blijvend beter te doen dan de concurrenten. Het maakt niet uit of een organisatie kiest voor kostleiderschap, productdifferentiatie, klantintimiteit of een combinatie van deze strategieën: de enige onderscheidende factor is de uniekheid van de gekozen strategie in de branche of markt waarin de organisatie opereert." Technologie: "Technologie en in het bijzonder informatie- en communicatietechnologie is relatief onbelangrijk. Veel organisaties spenderen veel tijd en energie aan het implementeren van nieuwe ICT-systemen. Deze ingrepen leiden wederom niet ‘automatisch’ tot de HPO-status. Zo zal het implementeren van een geautomatiseerd CRM-systeem er niet vanzelf toe leiden dat de medewerkers klantvriendelijker worden. Men zal eerst aan de houding en het gedrag van de medewerkers moeten schaven om daarna - als hulpmiddel! - een CRM-systeem eventueel te implementeren." Communicatie: "Een andere mode in managementland is communicatie en vooral "we moeten meer communiceren ... dan begrijpen ze het wel." Het gaat ze er echter helemaal niet om begrip maar of ze gehoord worden, het gaat om een dialoog. Bij een dialoog is niet langer sprake van eenrichtingsverkeer maar van tweerichtingsverkeer, hoor en wederhoor, uitwisseling van ideeën en werken aan begripsvorming. Minder zeepkist en meer rondetafel dus." Veel managers hebben de mythes die De Waal bestrijdt (in ieder geval de hoge verwachtingen ervan) al weer lang achter zich gelaten. Er zijn immers volop nieuwe managementtrends die ze moeten volgen. Volgens De Waal leiden deze vooral tot energieverlies. In een tijd waarin we minimaal per kwartaal een groei van onze resultaten moeten laten zien, bepleit De Waal een lange termijn beleid. Want succesvolle organisaties onderscheiden zich volgens hem van de rest door systematisch te focussen op: kwaliteit van het management, openheid en actiegerichtheid, lange termijn gerichtheid, continue verbetering en vernieuwing en kwaliteit van medewerkers. Hoe oud zijn de managementboeken die hierover al zijn vol geschreven?

Managers besluiten te snel om te reorganiseren. Daarbij lopen ze te vaak achter organisatietrends aan, waarvan de effectiviteit niet wetenschappelijk is bewezen. Dat zegt organisatieadviseur André de Waal van het Center for Organization Performance, die een onderzoek heeft gedaan naar de belangrijkste succesfactoren van wat hij noemt High Performance Organizations. Op basis hiervan prikt De Waal vier managementmythes door.

De Waal heeft een analyse gemaakt op basis van meer dan 230 internationale studies tussen 1980 en 2007 en ruim 2.600 internationale enquêtes.

In een persbericht ontzenuwt hij vier managementmythes.

  • Autonomie:
    Grotere zelfstandigheid van medewerkers leidt niet ‘automatisch’ tot betere prestaties: "Te veel vrijheid voor werknemers kan leiden tot een slechte interne organisatie en tot onduidelijkheden. Uiteindelijk kan het zelfs leiden tot grote schade, zeker als er een zekere mate van centrale coördinatie en regie ontbreekt. Management moet het spelveld aangeven waarbinnen de medewerkers autonoom kunnen opereren maar waar ze niet buiten mogen komen, op straffe van bijvoorbeeld ontslag."

  • Strategie:
    "De strategie van een organisatie blijkt geen onderscheidende factor te zijn om het blijvend beter te doen dan de concurrenten. Het maakt niet uit of een organisatie kiest voor kostleiderschap, productdifferentiatie, klantintimiteit of een combinatie van deze strategieën: de enige onderscheidende factor is de uniekheid van de gekozen strategie in de branche of markt waarin de organisatie opereert."

  • Technologie:
    "Technologie en in het bijzonder informatie- en communicatietechnologie is relatief onbelangrijk. Veel organisaties spenderen veel tijd en energie aan het implementeren van nieuwe ICT-systemen. Deze ingrepen leiden wederom niet ‘automatisch’ tot de HPO-status. Zo zal het implementeren van een geautomatiseerd CRM-systeem er niet vanzelf toe leiden dat de medewerkers klantvriendelijker worden. Men zal eerst aan de houding en het gedrag van de medewerkers moeten schaven om daarna - als hulpmiddel! - een CRM-systeem eventueel te implementeren."

  • Communicatie:
    "Een andere mode in managementland is communicatie en vooral "we moeten meer communiceren ... dan begrijpen ze het wel." Het gaat ze er echter helemaal niet om begrip maar of ze gehoord worden, het gaat om een dialoog. Bij een dialoog is niet langer sprake van eenrichtingsverkeer maar van tweerichtingsverkeer, hoor en wederhoor, uitwisseling van ideeën en werken aan begripsvorming. Minder zeepkist en meer rondetafel dus."
  • Veel managers hebben de mythes die De Waal bestrijdt (in ieder geval de hoge verwachtingen ervan) al weer lang achter zich gelaten. Er zijn immers volop nieuwe managementtrends die ze moeten volgen. Volgens De Waal leiden deze vooral tot energieverlies.
    In een tijd waarin we minimaal per kwartaal een groei van onze resultaten moeten laten zien, bepleit De Waal een lange termijn beleid. Want succesvolle organisaties onderscheiden zich volgens hem van de rest door systematisch te focussen op: kwaliteit van het management, openheid en actiegerichtheid, lange termijn gerichtheid, continue verbetering en vernieuwing en kwaliteit van medewerkers.

    Hoe oud zijn de managementboeken die hierover al zijn vol geschreven?