Personeelslog

Nieuw LinkedIn-contact kost oud-werknemer 10.000 euro

Een nieuw contact bij de netwerksite LinkedIn heeft een werknemer een boete van 10.000 euro opgeleverd. Naar het oordeel van de rechter heeft deze medewerker hiermee het relatiebeding overtreden dat hij met zijn voormalige werkgever had afgesproken. Met een relatiebeding proberen bedrijven te voorkomen dat oud-werknemers met hen concurreren door zakenpartners te benaderen van hun voormalige werkgever. Steeds vaker komen bij rechtszaken hierover netwerksites als LinkedIn ter sprake. Arbeidsjuristen die met hun tijd meegaan, spreken tegenwoordig al van een LinkedIn-beding. De site Dutch Cowboys heeft gisteren een dergelijke, interessante case beschreven. Een werkgever heeft een oud-medewerker via een kort geding veroordeeld weten te krijgen tot het betalen van een boete van 10.000 euro omdat hij een nieuw contact had toegevoegd aan zijn LinkedIn-netwerk. Makkelijk boete eisen? Betekent deze uitspraak van de Arnhemse rechter (van 8 maart 2011) dat bedrijven eenvoudig een boete kunnen eisen als een oud-werknemer via LinkedIn contact onderhoudt met relaties van zijn vorige werkgever? Bij lezing van het vonnis blijkt het echter niet zo makkelijk te liggen. De werkgever en zijn oud-werknemer, een sales manager, hadden een relatiebeding afgesproken dat regelde dat de medewerker gedurende een jaar géén contact zou hebben met (werknemers van) vijf met naam genoemde bedrijven: "Het is werknemer als particulier, zelfstandig ondernemer, als werknemer in dienst van derden, of in welke hoedanigheid dan ook uitdrukkelijk verboden om gedurende een tijdvak van een jaar na einddatum, respectievelijk van, bovengenoemde relaties, direct of indirect, om niet of tegen betaling, zaken of diensten gelijk aan of vergelijkbaar met die waarop de onderneming van de werkgever zich toelegt, te leveren respectievelijk te betrekken." In het relatiebeding was ook al de boete vastgelegd: 10.000 euro per overtreding. Slapend LinkedIn-contact In de rechtszaal bleek dat de sales manager inderdaad via LinkedIn contact had gehad met een werknemer van een bedrijf dat genoemd werd in het relatiebeding. De oud-werknemer vond echter dat hij hiermee niet het relatiebeding had overtreden. Volgens hem had het contact via LinkedIn plaats gevonden in de periode dat hij nog in dienst was van zijn oud-werkgever. Bovendien had hij de contacten met de "verboden relaties" van zijn oude werkgever sinds zijn vertrek "slapend" gehouden. Op basis van allerlei bewijsmateriaal concludeerde de rechter echter dat het verboden contact via LinkedIn juist tot stand is gekomen na beëindiging van het dienstverband. En daarmee stelde de rechter vast dat de sales manager met behulp van LinkedIn inderdaad het relatiebeding had overtreden en de afgesproken boete moest betalen. Niet onbillijk Verder oordeelde de rechter dat het afgesproken relatiebeding niet onbillijk is. "Hier geldt dat de partijen een contract met elkaar hebben gesloten waarin zij de boete en de omvang daarvan met elkaar zijn overeengekomen en dat het niet aan de rechter is daaraan een andere inhoud te geven."

Een nieuw contact bij de netwerksite LinkedIn heeft een werknemer een boete van 10.000 euro opgeleverd. Naar het oordeel van de rechter heeft deze medewerker hiermee het relatiebeding overtreden dat hij met zijn voormalige werkgever had afgesproken.

Met een relatiebeding proberen bedrijven te voorkomen dat oud-werknemers met hen concurreren door zakenpartners te benaderen van hun voormalige werkgever. Steeds vaker komen bij rechtszaken hierover netwerksites als LinkedIn ter sprake.
Arbeidsjuristen die met hun tijd meegaan, spreken tegenwoordig al van een LinkedIn-beding.

De site Dutch Cowboys heeft gisteren een dergelijke, interessante case beschreven. Een werkgever heeft een oud-medewerker via een kort geding veroordeeld weten te krijgen tot het betalen van een boete van 10.000 euro omdat hij een nieuw contact had toegevoegd aan zijn LinkedIn-netwerk.

Makkelijk boete eisen?
Betekent deze uitspraak van de Arnhemse rechter (van 8 maart 2011) dat bedrijven eenvoudig een boete kunnen eisen als een oud-werknemer via LinkedIn contact onderhoudt met relaties van zijn vorige werkgever?

Bij lezing van het vonnis blijkt het echter niet zo makkelijk te liggen.
De werkgever en zijn oud-werknemer, een sales manager, hadden een relatiebeding afgesproken dat regelde dat de medewerker gedurende een jaar géén contact zou hebben met (werknemers van) vijf met naam genoemde bedrijven:

"Het is werknemer als particulier, zelfstandig ondernemer, als werknemer in dienst van derden, of in welke hoedanigheid dan ook uitdrukkelijk verboden om gedurende een tijdvak van een jaar na einddatum, respectievelijk van, bovengenoemde relaties, direct of indirect, om niet of tegen betaling, zaken of diensten gelijk aan of vergelijkbaar met die waarop de onderneming van de werkgever zich toelegt, te leveren respectievelijk te betrekken."

In het relatiebeding was ook al de boete vastgelegd: 10.000 euro per overtreding.

Slapend LinkedIn-contact
In de rechtszaal bleek dat de sales manager inderdaad via LinkedIn contact had gehad met een werknemer van een bedrijf dat genoemd werd in het relatiebeding.

De oud-werknemer vond echter dat hij hiermee niet het relatiebeding had overtreden. Volgens hem had het contact via LinkedIn plaats gevonden in de periode dat hij nog in dienst was van zijn oud-werkgever. Bovendien had hij de contacten met de "verboden relaties" van zijn oude werkgever sinds zijn vertrek "slapend" gehouden.

Op basis van allerlei bewijsmateriaal concludeerde de rechter echter dat het verboden contact via LinkedIn juist tot stand is gekomen na beëindiging van het dienstverband. En daarmee stelde de rechter vast dat de sales manager met behulp van LinkedIn inderdaad het relatiebeding had overtreden en de afgesproken boete moest betalen.

Niet onbillijk
Verder oordeelde de rechter dat het afgesproken relatiebeding niet onbillijk is. "Hier geldt dat de partijen een contract met elkaar hebben gesloten waarin zij de boete en de omvang daarvan met elkaar zijn overeengekomen en dat het niet aan de rechter is daaraan een andere inhoud te geven."